19 tot 23 juli

Woensdag 19 juli.

Bagnères-De-Luchon >  Bagnères-De-Luchon  (+/- 250 km)

Vandaag terug richting het zuiden en dus steek ik de Spaanse grens opnieuw over. Ik passeer een stuk langs dezelfde weg als gisteren en neem de N-230 naar Vielha om zo zuidwaarts nog een stuk van de N-260 te rijden. In Ainsa-Sobrarbe stuur ik dan terug naar boven via de A-138. Aan de tunnel bij de grensovergang is het file. Eén tunnelhelft is afgesloten, geen idee waarom, er was niets te zien. Ik rijd via zwierige wegen en schitterende landschappen naar de col de Peyresourde, 1569 meter, om op de top een pannenkoek te gaan eten.Aan mijn tafeltje zitten ook enkele Australische wielrenners die hier de cols komen

rijden in navolging van de Tour de France die hier pas gereden is. Tijdens de terugreis naar het hotel worden de wolken donkerder.  Tegen de avond wordt het onweerachtig en regent het. Onderweg had 
ik eten gekocht en eet dit op mijn hotelkamer op. Als vegetariër is het moeilijk om degelijk eten te vinden in Frankrijk of Spanje als je ergens gaat eten. Het is steeds hetzelfde soort fastfood, vettig, niet voedzaam en ongezond. Ik profiteer ervan om nog wat tv te kijken want de komende dagen op de camping is die er niet. Thuis in België heb ik ook geen tv dus ben dat wel gewoon. Het lichaam vraagt om rust en dus leg ik me te slapen.

 

 

 

 

Motorhotel Panoramic***
31110 Bagnères-de-Luchon.
www.hotelpanoramic.fr
2 nachten + ontbijt = 117 €

 

sticker gekregen bij de maaltijd in een eethuisje

 

 

Donderdag 20 juli.

Bagnères-De-Luchon >  Laruns (+/- 155 km)


Vandaag zou op papier een topdag moeten worden als het gaat over bergtoppen en landschappen. Helaas is het allesbehalve een motorrijweertje. De regen en het onweer van gisterenavond zorgt voor veel mist en motregen onderweg. De Col de Peyresourde doe ik vandaag nog eens, maar dan in de mist. Gelukkig had ik gisteren meer geluk. De koeien die me op de Col d’ Aspin (1489 m) in de mist begroeten met hun koeiebellen verklaren me zot. Maar wie weet is het verderop al opgeklaard? Niks van, het wordt alleen maar erger. Tegen dat ik de top van de Col du Tourmalet (2115 m) heb bereikt heb ik niets van het landschap gezien. Helemaal nat van de mist zet ik de afdaling in richting Col du Soulor (1474 m). Ik ben blij dat er een mobilhome voor me rijdt die ik kan volgen. Ik moet de hele tijd de mistdruppels van het vizier afvegen en ondertussen op de weg letten. Hier is niks plezant aan om zo met de motor te reizen. Wanneer ik tegen de middag de lager gelegen gebieden in rijd is er geen mist meer en stop ik om in een eethuisje wat te smikkelen. Ze hebben hier warempel een veggieburger! Met de frietjes erbij is mijn dag al wat zonniger. De thermometer op de motor geeft 15 graden aan! Hopelijk is er op de col d’ Aubisque (1709 m) wat beter weer. Ik vervolg mijn weg via de D918 maar helaas is er hier ook veel mist. Op weg naar de camping in Laruns blijft het een miezerige bedoening. Daar aangekomen hang ik alles te drogen op een houten afsluiting. ’s Avonds maak ik een wandeling naar het dorp en ontdek dat er een soort avondmarkt is. Ik koop wat gevulde gebakjes aan een stand, slenter nog wat rond en ga terug naar de camping. Onderweg heb ik de helft van de koekjes al naar binnen gespeeld. Als dit een goed idee was zal ik ’s nachts misschien wel merken. Ik wandel nog wat rond op de camping en op talrijke plaatsen merk ik dat de voorzieningen hun beste tijd gehad hebben. Het was vandaag geen lange rit maar wel vermoeiend door de mist. Dus ik verlang naar een warme slaapzak.

 

campingkattenbak

 

Camping: Des Gaves***.
64440 Laruns.
www.campingdesgaves.com
1 nacht = 19 €

 

 

Vrijdag 21 juli.

Laruns > Urdos (180 km)

Op de camping kan je ontbijten en ik besluit dit ook te doen. Net zoals op andere campings is er geen kat, of toch wel, maar niet om te ontbijten. Ik zit er alleen, met de kat. Af en toe komt er een campingbewoner brood halen. Ook zoals op de meeste andere plaatsen stelt het Franse ontbijt weinig voor naar mijn normen. Een vettige croissant en een stuk wit stokbrood met boter en confituur. Meestal wordt er ook wel sinaasappelsap geserveerd. Het is buiten druilerig en fris, de mist hangt nog laag in de bergen die ons omringen. Ik besluit nog even te wachten om te vertrekken. Ik ga in de receptieruimte de wifi eens uit proberen en de weersverwachtingen bekijken. Tegen de middag begint het op te klaren en ik pak mijn biezen. Op weg naar het zuiden neem ik de D934 naar de Spaanse Grens. Een grote dam op mijn weg is de Barrage de Fabrèges om elektriciteit op te wekken. Vlak op de Frans Spaanse grens steek ik de Col du Pourtalet  of Puerto de Portalet over (1794 m). Alweer een wondermooie omgeving met in de verte de bergtoppen in de mist. In Biescas sla ik links af naar de N-260 om naar de Puerto de Cotefable te rijden (1423 m). Ik vervolg de route via Fiscal, Sabinanigo, Jaca en de col de Somport (1632 m) en rijd door fantastische landschappen. Het weer is prima en rond 18u kom ik aan op de 2 sterren camping Le gave d’Aspe die langs een rivier ligt. De faciliteiten zijn beperkt. 1 klein gebouw met een ontmoetingszaaltje en sanitair. In het zaaltje zoek ik een stekker om de gps en de gsm op te laden. Ondertussen bekijk ik de plannen voor de routes van de volgende dagen. Er is heel wat volk in het zaaltje. Een groepje kampeerders eet aan een lange tafel terwijl kinderen op allerlei schermpjes groot en klein, tablets, smartphones, weet ik veel, hun tijd om krijgen. Een kilometer verder in het dorp is er een klein hotel waar ik een kleine hap kon eten. ’s Avonds begint het opnieuw te regenen en hoor ik hier en daar een donderslag. Dat belooft weer voor morgen!

Camping: Le gave d’Aspe**.
64490 Urdos
www.campingaspe.com
1 nacht = 7,5 €

Zaterdag 22 juli.

Urdos > Urrugne (240 km)

In het hotelletje waar ik gisterenavond ben gaan eten, ga ik nu ook ontbijten. Daarna weer inpakken en richting Atlantische oceaan rijden. Het weer is een afwisseling van zon en wolken en rond de 21 graden. Ideaal motorweer! Ik rijd een stukje noordwaarts om dan via Arette terug naar het zuiden te rijden via de col de la Pierre st-Martin (1760 m) naar Isaba in Spanje. Vervolgens via de NA-140, NA-2011 terug de Franse grens over en dan via de D26 richting Larrau. Daar ga ik over de Port de Larrau (1573 m).Onderweg kom ik koeien, paarden en schapen tegen, al dan niet op of langs de weg. Het is ook oppassen voor uitwerpselen op de weg en in bochten. En als dieren de weg versperren is het ook opletten want je weet nooit wat zo een gehoornd hoefdier in zijn kop heeft als er een motor verschijnt. Het zijn opnieuw zeer mooie wegen en landschappen. Het is zeer rustig, nauwelijks een voertuig te bekennen. Ik dacht dat het hier veel drukker zou zijn. Op de hele reis ben ik zeer weinig motorrijders tegen gekomen, wat me verbaast in dit bochtenparadijs van de Pyreneeën.

Ik ben ondertussen in Baskenland beland en dit merk ik aan de vreemde taal die hier en daar op infoborden staat. Het is iets totaal anders dan Frans of Spaans. Op de route ga ik ook nog over de col de Bagargi (1327 m). De wegen slingeren zich nu door meer beboste gebieden. De kleine col d’Ispeguy (672 m) door de bossen neem ik er ook nog bij. Boven op de col staan verschillende politievoertuigen en de politie controleert hier en daar een voertuig en zijn bestuurder. Ik rijd nog een stukje door Spanje richting Ordoqui en dan terug naar boven richting N121B naar Dancharia of Dantxaria. Het zijn allemaal maar kleine steden en ze hebben dikwijls een tweetalige naam. Ik ben bijna op mijn bestemming, de drie sterren camping Col d’Ibardin in Urrugne. Het is blijkbaar een grote drukke camping en hoop dat er nog ergens een plaatsje is voor een motorrijder en z’n tentje. De plaats die ik krijg is meer dan genoeg voor mij en ga me installeren. Ik ben wel verschoten van de prijs, 35 € per nacht, ik hoop dat het zijn geld waard is en anders ben ik hier morgen weg. Voor die prijs kan je bijna in een hotel overnachten. Het is ook de meest luidruchtige camping waar ik tot nu toe geweest ben. Tot ’s avonds laat nog lawaai van dronken mensen en spelende kinderen in het donker.

 

Zondag 23 juli.

Urrugne > San Sebastian.

Mijn laatste dag in de Pyreneeën, morgen gaan de ritten stilletjes terug richting thuis.
Ik ben aan de Middellandse Zee geweest, helemaal door de Pyreneeën naar de Atlantische Oceaan gereden. En dus wil ik die oceaan ook wel eens gaan voelen. Een dagje zee, strand, havens en bezienswaardigheden. Eerst ga ik in de buurt van Urrugne het kasteel van Urtubie bezoeken en ik hoop daar vooral mooie antieke meubels, liefst met marqueterie, te kunnen bewonderen. Maar eerst een ontbijtje op de camping. Er is een ruime en mooie bar en restaurant en de prijzen zijn vergelijkbaar met elders. Er is ook een uitnodigend zwembad en ligstoelen, iets voor straks misschien. Het is de 3 sterren wel waard lijkt me. Het sanitair is ook in orde. Na het traditionele Franse ontbijt trek ik de motorkleren aan en rijd ik naar het kasteel. Ik had op iets groter gehoopt, het is meer een groot landhuis, maar de rondleiding was toch interessant (met mijn beperkt Frans kon ik nog net volgen). Helaas mochten er geen foto’s gemaakt worden. Waarom weet ik eigenlijk niet. Het is buiten nogal warm en ik doe de regenvoering uit mijn jas zodat het een doorwaai vest wordt. Richting St-Jean de Luz nu. Een grote bekende stad aan de oceaan. Heel toeristisch en veel volk op deze zonovergoten dag. Ik parkeer de motor tussen de honderden andere motoren en scooters, doe mijn motorkleding uit, doe andere schoenen aan en prop de rest in de koffers. De helm neem ik mee. Ik slenter door de stad en de winkelstraten. Het is wel zondag maar hier zijn alle winkels open, behalve ’s middags, dan zijn veel zaken dicht tussen 12 en 14u30. Ik heb honger en ga op zoek naar iets eetbaar vegetarisch. Als ik me in de schaduw van de bomen neerzet op een terras zie ik op de kaart niks staan dus vraag ik aan de dame die de bediening doet als ze iets hebben, maar ze hebben niets zonder vlees of vis en willen ook geen moeite doen, dus ik vertrek. Op een ander terras zie ik ongeveer dezelfde kaart en ga ik dan maar verder op zoek. In een zijstraat zie ik mensen met een frietje rondlopen en besluit ik dan om dit ook te kopen. Een infobord trekt mijn aandacht, Louis XIV zou hier een “huisje” hebben staan? Vanwege mijn hobby, marqueterie of fineerinlegwerk, lijkt het me heel interessant om eens een bezoek te brengen. Het is meer een groot herenhuis en natuurlijk niks vergeleken met zijn paleis in Versailles, maar toch interessant om eens een rondleiding gehad te hebben en de antieke meubels en huisraad van eeuwen geleden te bewonderen. Voor ik vertrek vind ik nog een terras in de schaduw en ik bestel er een kleine schotel met fetakaas, tomaatjes, rauwkost, brood en een fruitsapje. En gratis water, dat is bijna overal in Frankrijk. Het smaakt zeer goed. Het wordt tijd dat ik het strand en het water eens ga opzoeken. Amai, véél volk op het strand en op de kade. Ik slenter op het strand en loop naar het water. Het valt op dat hier nogal stevige golven het strand op rollen. Als ik me omdraai zie ik een soort kopie van de lelijke Belgische kust: veel appartementen tegen elkaar geplakt zo kort bij de zee. Ik ga terug naar de motor. Even kijken op de gps hoe ver het nog is naar San Sebastian (of Donostia in het Baskisch). Op een uurtje rijden via de binnenwegen ben ik er, dus dat valt mee. Motorkledij terug aan en ik ben vertrokken. Het is heel druk onderweg en kom zonder problemen aan in het Spaanse San Sebastian. Ik parkeer de motor op de motorparking vlakbij een groot park met zicht op zee. Na een uurtje rondwandelen in deze toch wel grote stad ga ik terug naar de motor. Sleutel in het contact, helm op, handschoenen aan, ik stap op de motor en wil starten…niks, geen kik. Vreemd, waarom start ie niet? Ik kijk naar de noodstop, die staat af, versnelling in neutraal, alles lijkt in orde. Maar niets, helemaal niets. Ik snap er niets van! Heeft iemand iets gesaboteerd? Ik inspecteer links en rechts van de motor maar kan niet onmiddellijk iets abnormaal zien. Ik probeer nog eens te starten maar de motor wil niet aanslaan. Een motorrijder en zijn vrouw die weg willen rijden horen dat de motor niet wil starten en komen kijken. Hij doet hetzelfde als mij maar ook zonder resultaat. Is er een zekering stuk vraagt hij in het Frans. Goed idee, had ik nog niet aan gedacht. We controleren samen de zekeringen maar alles lijkt in orden. En nu? Ik besluit dan toch maar Ethias Assistance te bellen. Ze aanhoren mijn verhaal en beloven het nodige te doen. Even later bellen ze terug dat er over een uur een depannagewagen de motor komt halen. Inderdaad, een uurtje later stopt er een vrachtwagen. De man is vriendelijk maar spreekt alleen Spaans. Ik dacht dat het zoiets als een wegenwachter zou zijn die mijn motor terug aan de praat zou krijgen, maar de man kent niets van motoren en moet die gewoon naar een garage brengen. Daaag motor! Hier sta ik nu met mijn motorkoffers, helm en motorkleding. Een mooie dag is een pechdag geworden. Ik bel opnieuw naar de verzekering en ze gaan een taxi voor me regelen om me naar de camping te brengen. Na bijna een uur is de taxi er, bagage wordt ingeladen en weg zijn we. Het verbaast me dat ik nergens een gps in de taxi zie, maar die gasten kennen overal de weg denk ik dan maar. Dat was verkeerd gedacht! Het enige wat die man wist, is dat we in Urrugne moesten zijn maar hij had geen adres en dus moest ik hem de weg wijzen! Gelukkig had ik de gps bij, die gelukkig ook nog opgeladen was en dus is die chauffeur met mijn gps naar de camping gereden. Ik vond het allesbehalve professioneel! Maar ik was terug op de camping en ging dan maar iets drinken in de bar. Moe van al het gedoe lag ik al vroeg in mijn bed.

Advertenties
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close